de droom

Douwe Eisenga

NB biografie en persfoto staan als download onder dit verhaal.

De droom

Ik was een jaar of dertien en droomde een prachtig stuk muziek. Een instrumentaal stuk met een ongelofelijke groove en klank. In mijn droom had ik die muziek gemaakt.

Ik heb de exacte noten nooit geweten. Ik heb alleen een vage herinnering aan de beweging en de kleuren. In feite ben ik vanaf die droom mijn hele leven bezig om die muziek te reproduceren. Of iets wat daar heel dicht bij komt.

Niet vanzelfsprekend

Het najagen van die muziek was niet altijd even makkelijk. Ik kwam niet uit een gezin waarin muziek vanzelfsprekend was. Als kleine jongen wilde ik gitaar leren spelen, op aanraden van de (christelijke) muziekwinkel werd dat orgel en wekelijkse orgellessen..

Op die eerste kleine orgeltjes schreef ik mijn eerste probeersels. Ik bleef dat doen, ook al dacht ik zelf ook aan het einde van de middelbare school dat muziek geen serieuze optie was.

 

Ik ging maar iets anders doen - een studie Sociologie – om daar al snel weer mee op te houden. Daarna kwamen een serie kwakkelende jaren, waarin ik in bandjes speelde en soms muziek schreef voor theater.

De knoop

Pas op mijn 27ste hakte ik de knoop door en ging compositie studeren aan het conservatorium. Ik heb me zes jaar ondergedompeld in muziekgeschiedenis, muziektheorie, harmonie, contrapunt, orkestratie, instrumentenleer, pianolessen en moderne compositietechnieken. Intussen levend van een afwasbaantje en een kleine beurs.
Aan het eind van die zes jaar (in 1996) had ik geen idee meer hoe ik moest componeren. Beter gezegd, wát ik moest componeren. Ik wist niet wat ik nog toe moest voegen aan 2000 jaar muziek.

Universum

De omslag kwam na een paar jaar door een opdracht voor het schrijven van liedjes en muziek voor een kerstvoorstelling in een schouwburg. Ik vond mezelf terug in tonale muziek, in grooves uit de popmuziek. Daar lagen mijn muzikale wortels, daar lag mijn eigen handtekening. Ik begon de popmuziek uit mijn jeugd te combineren met allerlei compositietechnieken die ik geleerd had.

 

In het begin ging dat nog steeds langzaam. Ik bleef het componeren zo lastig vinden, dat ik uitsluitend werkte in opdracht. Het Piano Concerto, Rose Road, het requiem The Flood, de opera Kabaal zijn allemaal in die jaren geschreven.

De muziek zelf werd - ontzettend tof -  steeds meer opgepikt. Ik schreef de muziek voor Wiek van theatermaakster Boukje Schweigman, maakte House of Mirrors met een Italiaans ensemble, Cloud Atlas met David Mitchel, werkte in New York samen met choreografe Claudia Schreier, in Moskow met het Comtemporary Music Ensemble, in Brussel met het Origami Piano Ensemble. En dat is nog maar een kleine greep uit alle projecten. Vaak twijfel ik aan mezelf, maar als ik zo terugkijk, ben ik toch wel stiekum trots op wat ik gedaan en gemaakt heb!

 

Langzamerhand werd ik ook productiever, mijn pen werd vloeiender. Meer en meer begon ik vrij werk te maken., te bouwen aan een eigen muzikaal universum. Twee jaar geleden zette ik de definitieve stap. Ik nam afscheid als directeur van een concertzaal. Ik werd eindelijk fulltime componist. Nog steeds op zoek naar de muziek uit die droom van lang geleden.